Wat is een “rasstandaard”
Een rasstandaard is niets meer of minder dan een blauwdruk waarop wordt aangegeven aan welke voorwaarden een hond van een bepaald ras moet voldoen om het ideaalbeeld van het desbetreffende ras zo dicht mogelijk te benaderen. De rasstandaard wordt opgesteld in het land van herkomst. Daarmee wordt bedoeld dat land waar de hond van origine vandaan komt.
In geval van de Field Spaniel is dat dus Engeland. Aanpassingen hierop zullen ook in het land van herkomst moeten worden vastgesteld. U zult in de Engelse standaard op dit moment ook nog lezen dat de staart van deze honden gecoupeerd wordt, terwijl dat in Nederland al jaren lang verboden is. Sinds kort is er ook in Engeland een coupeerverbod, dus kunnen we een aanpassing van de standaard op dit onderdeel van het uiterlijk verwachten.
Hoe belangrijk is zo’n standaard?
Voor fokkers is het benaderen van het ideale rasbeeld belangrijk. Men probeert een zo rastypisch mogelijke Field te fokken. Je hebt immers de verantwoordelijkheid om het ras zo goed mogelijk in stand te houden conform de richtlijnen zoals die afgegeven zijn. Bovendien zal de hond die op tentoonstellingen de minste fouten vertoont in vergelijking met de standaard kunnen winnen. Ik schrijf hier bewust “kunnen” omdat er nu een persoonlijke factor mee gaat spelen. En wel de interpretatie van de standaard door de keurmeester. Los van het feit dat een keuring subjectief is, is het ook een moment opname. Dit verklaart waarom de ene hond bij keurmeester A vaak wint, terwijl hij, gekeurd door iemand anders helemaal niet achter een plaatsingsbordje hoeft te komen.
Hoe belangrijk is de rasstandaard voor u?
Om nu meteen te stellen dat een standaard voor u niet belangrijk is, gaat wat kort door de bocht. U moet zich afvragen wat u met uw Field Spaniel wil gaan doen. Wilt u er mee naar tentoonstellingen of er ooit eens een nest mee fokken, dan zullen uw eisen voor een pup heel anders liggen dan wanneer u een echte familiehond of een hond voor de jacht zoekt. Het spreekt voor zich dat een “showhond” of een eventueel ouderdier de standaard dichter moet benaderen dan de werk- of huishond. Waarbij ik nadrukkelijk wil stellen dat het een het ander niet hoeft uit te sluiten.
Rasstandaard Field Spaniel
Algemeen voorkomen: Een mooie, adellijke, gehoorzame en sportieve hond, actief en met een groot uithoudingsvermogen.
Eigenschappen: Ideale hond voor het jagen voor de voet of als gezelschap op het platteland. Karakter: Bijzonder gezeglijke, actieve, gevoelige, maar onafhankelijke natuur.
Hoofd en schedel: De uitdrukking moet de indruk van voornaamheid, karakter en adel geven. Goed ontwikkelde schedel met duidelijke achterhoofdsknobbel. Een verdikking vlak onder de wenkbrauwen geeft grofheid aan het gehele hoofd. Gering verhoogde wenkbrauwen. Gematigde stop. Voorsnuit lang en droog, noch spits, noch vierkant. Vanaf de zijkant bekeken geleidelijk met een boog verlopend van neus naar keel. Goed ontwikkelde neus met wijd open neusgaten.
Ogen: Wijd open, amandelvormig oog met goed aangesloten oogleden, die niet uitgezakt mogen zijn. Ernstige en zachte uitdrukking. Donker en hazelnootkleurig.
Oren: Gemiddelde lengte en breed, laag aangezet en goed behaard.
Mond: Volledig scharend gebit, sterk en volledig. De boventanden moeten de ondertanden bedekken en haaks in de kaak geplaatst zijn
Nek: Lang, sterk en gespierd, om het de hond mogelijk te maken zijn prooi te apporteren zonder vermoeid te raken.
Voorhand: Lange, schuine schouder, die goed naar achteren geplaatst is. Voorbenen van gemiddelde lengte met rechte, vlakke beenderen.
Lichaam: Diepe, goed ontwikkelde borst. Middelmatig gewelfde ribben. Lengte van de ribbenkast is ± 2/3 van de lichaamslengte. Strakke sterke zij en lendenen, goed gespierd. Achterhand: Sterk, gespierd en matig gehoekt. Laag aangezette spronggewichten. Voeten:
|